Sint-Martens-Latem : ROYAL LATEM GOLFCLUB, herinneringen…

 Impressies over de Latemse Golf

 

Als er twee verenigingen zijn waar je meestal vruchteloos aanklopt om informatie te krijgen  bij het schrijven van De Kroniek van Sint-Martens-Latem dan zijn het wel de 150-jarige duivenmaatschappij ‘Van Himbeecksvrienden’ en de nu bijna 106-jarige Latemse golfclub.

Moeilijk gaat ook en de weinige ervaring die mij aan beide verenigingen bindt, heb ik van mijn vader.

Het ligt echt niet in mijn bedoeling jullie de geschiedenis van het geesteskind van Albert Feyerick (1869-1919) te vertellen.

Ik verwijs daarvoor naar het prachtige kijk- en leesboek dat bij Lannoo uitgegeven werd in 2009 en 45 euro kost of in te kijken is in de plaatselijke bibliotheek
.
Je treft er prachtige foto’s over de historiek van meer dan 100 jaar golfsport in onze gemeente.

Wij hebben hier inderdaad ‘Les Buttes Blanches’ en de omgeving van ‘La Garenne’, waar één van de mooiste golfclubs en clubhouses van België huist.

De Royal Latem Golf Club – zoals de club nu officieel vermeld wordt in het golfcircuit werd in 1909 opgericht op het landgoed van Albert Feyerick, ’Les Buttes Blanches’, genoemd naar de oude duinen en de heide waar de brem welig tierde.

Albert Feyerick maakte in 1908 als vertegenwoordiger van de sport-elite in België deel uit van het ere-comité van de olympische spelen in Londen en was kapitein van de Belgische schermploeg  waar zijn broer Ferdinand brons haalde.

Aanvankelijk had ‘Les Buttes Blanches’ 40 leden. Vandaag zijn er meer dan 1.000. De club blijft exclusief en elitair maar dit stoort niemand.

De prachtige golfbaan met het karakter van een parklandschap is omgeven door luxueuze villa’s en telt 18 holes.

Grote bomen flankeren er de smalle fairways en maken de baan uitdagend voor golfspelers van elk niveau.

Les Buttes Blanches is in oorsprong, op vraag van Albert Feyerick, ontworpen door de Britse profspeler George Pannell en is later hertekend door de wereldvermaarde golfbaanarchitect Fred Hawtree.

Door voortdurende verbeteringen aan de infrastructuur en de banen kunnen spelers het hele jaar genieten van een prachtig golfparcours met een zeer exclusieve sfeer.

Albert Feyerick kocht deze gronden. De oorspronkelijke Gentse golfclub die in 1885 deeluitmaakte van de hippodroom in Oostakker/Sint-Amandsberg moest plaatsruimen voor de verstedelijking en verdween in 1911 voor de aanleg van een spoorwegbedding.

Zo groeide deze groene parel in het hart van Latem en Deurle.
Bij het uitbreken van de oorlog zag het er slecht uit voor het mooie domein.
Vele leden haakten af en zonder onderhoudsmateriaal werd het moeijk om de fairway bespeelbaar te houden.
Dank zij de hulp van een naburige boer lukte het toch om het terrein te fatsoeneren en deels bespeelbaar te houden.
Tot overmaat van ramp verzoekt de Belgische Staat alle grootgrondbezitters een deel van hun terreinen om te ploegen en in te zaaien voor het telen van basis voedingswaarden.
Ere-secretaris Lucien de Hemptinne gaat daartegen in beroep en overtuigt de overheid dat heidegrond te mager is om landbouwproducten voort te brengen.
Toch wordt  samen met de gemeente voor een twintigtal perceeltjes plaats gevonden om aan de behoeften van de gedorpsgemeenschap tegemoet te komen zonder het unieke golfterrein te schaden.
Ondanks 600 kilo meststoffen blijkt de 5 hectare heidegrond helemaal niet geschikt bevonden.

De club komt de jeugd – o.m. de jonge caddie’s – tegemoet en laat hen voetbal spelen op 4 banen.
Als caddie kwamen ze nauwelijks aan de bak want er werd amper gespeeld.

De holes 13 en 15, enkele villa’s en de aanpalende bosjes worden later opgeëist door de Duitse bezetters.
Houten constructies, loopgraven en militaria maken sporten onmogelijk.
In 1943 eisen de Duitsers grond en meststoffen op om aardappelen en boekweit te telen.

Gelukkig slaagt Rodolphe Seeldraeyers van Waterloo Golfclub erin  op aandringen van Jean Delori en vele andere bestuursleden  de Belgische golfclubs te redden van het Duitse juk .
Dit geeft Lucien de Hemptinne  de boost om de activiteiten van de golfclub op te drijven en de argumentatie van Seeldraeyers kracht bij te zetten.
De winter 1943-1944 is het weer alle hens aan dek en in de lente 1944 is het golfterrein opnieuw in handen van de Duitsers.
Als de Duitsers  eindelijk vertrokken,stonden de golfers weer paraat om hun sport te hervatten.
Toch  waren het de dochters van de leden die de eer van de club hooghielden en alle na-oorlogse tornooien beheersten en dit schijnt een traditie te zijn geworden..

Maar dit alles is geschiedenis en dat was nu niet de bedoeling!

Ik kijk sinds mijn jeugd steeds weer met bewondering naar de mensen van de groendienst die het domein schitterend verzorgen.
Mijn vader, zijn neven en nichten waren er caddie van 1919 tot 1930 en zelfs veel langer. Een van hen, Michel Verschuere, werd er de eerste caddie master maar verdronk jammerlijk toen hij in de poel tussen hole 9 en 15 op zoek ging naar een verloren bal en onwel werd. Hij was pas 27.

Uiteraard moest ik van thuis uit ook ‘stokken gaan dragen’.
Ik liep daar rond van 1955 tot 1965, meegedreven door het enthousiasme van mijn klasgenoot uit de School Simonnet, Ivan De Rese, wiens vader Roger tot de oudere garde caddies behoorde.

Op mijn negende verdiende ik de ronde som van 20 frank voor 9 holes met een zak clubs van 8 tot 10 kilo op mijn schouder. Voor het volledige parcours van 18 holes – 3 tot 4 uur stappen – kregen de ‘jonkies’  50 frank.

Als je de clubs daarna proper maakte kwam daar nog 5 frank bovenop.

In 1965 werd dat opgetrokken naar 80 frank voor de gewone caddie en 150 voor de ‘betere’, deze die de spelers adviseerde bij de keuze van de te gebruiken club…

 

Ik had het geluk vaak met heerlijke spelers te kunnen optrekken.
De ene had al meer vaardigheid dan de andere en van sommige mocht je dan, eens uit het zicht van clubhouse, ook al eens een balletje mee slaan.
Dan had je nog wel die onvermijdelijke 9-putspelers waar je veel tijd mee verloor door het zoeken naar de verloren ballen, maar van wie je veel vriendschap had. Dat telt ook!

Ik herinner mij zo voor de vuist weg M. en Mw. Dubois, Madame de Hemptinne, Mademoiselle Van Hauwaert , Mademoiselle de la Kethulle, Meneer  Siraut en een kleurrijk figuur als Meneer Du Vivier, onder de caddies meestal ‘den ouwen duv’ genoemd.

Hij had zijn villa op het parcours van ‘den twee’ en had dubbel zoveel slagen nodig als een ander.

Bij zijn tweede slag (!) op de tweede hole sloeg hij de bal steevast in het strooien dak van zijn villa.

Met de tijd mocht ik met de afslag de bal zodanig leggen dat ‘het obstakel’ vermeden werd.

Ik  legde het balletje dan zoveel mogelijk aan de linkerkant van de fairway , in de knik, maar toch slaagde James er steevast opnieuw in zijn dak te bekogelen.

Het was een heerlijke jeugd met de familie Swaelens- Van Wonterghem (Jules en Clarissse) en een crème van een caddie master als Aimé Van Hecke…

Hieronder kan u met een klik op de link een presentatie laden met foto’s van de caddies:

Herinneringen aan Royal Latem Golfclub

Royal Latem Golfclub, Clubhouse

Royal Latem Golfclub, Clubhouse

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s