DE LATEMSE KUNSTKRING WORDT DIT JAAR 60!

In het kader van het diamanten jubileum van de kunstkring en de komende tentoonstellingen brengen we graag nog eens de historiek zoals bij de gouden jubilee verwoord door wijlen ere-burgemeester Raf Van den Abeele, historicus en kleinzoon van Binus Van den Abeele, die als haar rentmeester met de hulp van Mw. Simonnet, de kunstenaars rond zich schaarde, zelf een verdienstelijk ‘fijnschilder’ werd, en zo aan de basis lag van de ‘Latemse kunst’ en haar bezielers.

DE LATEMSE KUNSTKRING

<Het zal weldra vijftig jaar geleden zijn dat enkele Latemse dertig- en veertigers, haast schroomvallig, ons gemeentehuisje binnenslopen om er in het kleine kamertje, links naast de inkom, samen te komen. Als nieuwbakken schepen had ik het aangevoeld dat er in Latem op cultureel vlak iets moest gebeuren. Links en rechts werd, vooraf, poolshoogte genomen en ja, er waren meer geestverwanten die er net zo over dachten.
Met zijn rijk artistiek verleden lag Latem er verlaten bij en een groot gedeelte van de bevolking besefte het niet, koesterde zelfs weinig interesse voor dat verleden.
De tijd was aangebroken om meer belangstelling op te wekken voor de opmerkelijke reeks uitzonderlijk begaafde kunstenaars die in en rond dit dorp hadden geleefd, geschreven, gebeeldhouwd of geschilderd. De meesten waren reeds overleden, enkelen leefden nog vaag in het geheugen bij de oudere inwoners; een paar waren nog in leven, maar die hadden blijkbaar zelf geen behoefte meer aan groepsambiance en koesterden elk het eigen tuintje zonder veel contact met de dorpsgemeenschap.

We voelden aan dat er iets diende op gang gebracht, maar wisten niet echt wat of hoe. Na enkele uren vruchtbare discussie werd onze valse bescheidenheid overwonnen eb besloten we meteen van wal te steken.

Na een zekere aarzeling omtrent de naam – Kunst- en Heemkring of Latemse Kunstkring – gaf galerijhouder André Vyncke de doorslag voor de aanvaarding van laatstgenoemde benaming.

Het zou een “feitelijke vereniging” worden, zonder statuten – statuten geven al te dikwijls aanleiding tot vitterij en discussie! -, eerder een vriendenkring, een kunstkring met een beperkt aantal doelstellingen:

1. “zoals de inwoners van Latem destijds de kunstenaars in hun midden opnamen en dat ook later bleven doen, zo willen we nu de nagedachtenis van deze kunstenaars blijvend in ere houden.”.

2. “Wij wensen revalorisatie van Latem als artiestencentrum”.

3. “Wij willen een klare inhoud bezorgen aan het soms vage begrip Latemse kunst, aantonen wat dit begrip werkelijk omvat, door het organiseren van educatieve tentoonstellingen”.

4. “Wij willen ons inzetten voor de bescherming van de natuur en voor het tot stand komen van wandelpaden en -routes”.

Op 17 december 1959 werd de Latemse Kunstkring geboren. De negen stichters waren :

Robert De Booser, Robert Demeter, Jan D’Haese, Walter Oliebos, Arnold Van der Sloten, Valeer Verbeken, André Vyncke, Albert Wieme en ikzelf.

Het veld lag braak , wij zouden een latente leemte dienen in te vullen. Reeds in juni 1960 staken we met een eerste tentoonstelling van wal, Latems Kunstleven rond 1900.

Het werd meteen een meevaller, het duidelijke bewijs dat ze aan de noodzaak voldoening schonk.

Op het miezerige zoldertje (onder de pannen) hingen en stonden drieënveertig schilderijen en beelden van de eerste groep Latemse kunstenaars. Het succes was overweldigend. Vierduizend bezoekers van heinde en verre en een uiterst positieve respons in de pers. In 1961 beklommen 6.000 mensen het trapje naar de gemeentehuiszolder, waar een overzicht van het Latems Kunstleven omstreeks 1910 werd ondergebracht.

Van meet af aan mocht de Latemse Kunstkring op stevige medewerking rekenen vanwege het gemeentebestuur en de provincie. Tevens werd gezorgd voor een uitgebreid en prestigieus beschermcomité, met veel artiesten en vooraanstaanden uit de artistieke en de politieke wereld.

De initiatieven van de Latemse Kunstkring kregen weerklank. Hoewel André De Ridder, Paul Haesaerts en anderen uitvoerig over de Latemse kunstenaars hadden geschreven, bleek het noodzakelijk en nuttig de historische ontwikkeling in een actueel perspectief te plaatsen en, waar nodig, aan te vullen, te verruimen, van correcties te voorzien en te confronteren met eigentijdse interpretaties en desnoods met de werkelijkheid.

In dit verband kan verwezen worden naar de identificatie van een zelfportret van Frits Van den Berghe, voorheen beschouwd als een portret van Domien Ingels; naar een Gustaaf De Smet die voor een leon doorging en naar het tonen van een vijftal brieven van Constant Permeke, waaruit bleek dat het contact Permeke-Servaes veel inniger was geweest dan sommigen wilden geloven.

Ook menen we degelijk te hebben aangetoond (vooral in onze tentoonstelling van 1960) dat de zogenaamde Latemse expressionisten in hun Latemse periode nog voluit mooie impressionisten waren.

Het ging of het gaat dus niet op van een Latemse School te gewagen, hieromtrent zijn nu zowat alle kunsthistorici en -critici het volmondig eens. Laat ons het bij een kunstenaarskolonie houden, of bij bepaalde groepen, volgens de diverse richtingen die ze zijn uitgegaan.

 Naast de jaarlijkse tentoonstellingen op de Artiestenzolder, zorgde de Kunstkring ook voor tentoonstellingen in Bergen (Nhl), Venlo, ‘s Hertogenbosch en elders. Het werd tevens een gewoonte de tentoonstellingen te laten inleiden door bevoegde specialisten terzake: o.m. Firmin Van Hecke, Georges Chabot, Leo Van Puyvelde, Hubert Devoghelaere, Walther Vanbeselaere, Paul De Keyser, Emile Langui, Pierre Kluyskens, Karel Geirlandt, Marcel Grijpdonck, Karel Jonckheere, Lei Alberighs, Jos De Haes, Toon de Pesseroey, Joos Florquin, Maurice Roelandts, Jozef De Belder, Yolande Van den Berghe, Hendrik Diels (waarmee we ons bij de opsomming tot de overledenen beperken).

Naast onze plastische kunstenaars werd eveneens hulde gebracht aan de nagedachtenis van Karel Van de Woestijne, die de ziel was van de eerste groep; ook Richard Minne werd gehuldigd bij zijn zeventigste verjaardag en na zijn overlijden werd voor de reconstructie gezorgd van zijn werkkamer op de artiestenzolder van het in 1997 afgebroken gemeentehuis.

De Lieven Duvoselhulde ging gepaard met een uitvoering van zijn Missa Solemnis in de Latemse Sint-Martinuskerk, die door de toenmalige BRT werd uitgezonden.

Andere verjaardagsvieringen van levenden golden Pol Van Assche, Edgar Gevaert, Hubert Malfait, Jules De Sutter, Eduard De Clercq, Evarist De Buck, Vic Dooms en Hendrik Caspeele.

Verder in details treden is hier geenszins nodig. Maar de voornaamste verdienste van de Latemse Kunstkring bestaat er wel in dat door zijn voorbeeld recht is geschied ten overstaan van onze overleden kunstenaars en de aanzet is gegeven tot vele andere artistieke initiatieven in Latem en Deurle.>

Over de op stapel staande feestelijkheden komen we later met plezier terug. Laat de kunstliefhebber zeker een kijkje nemen op  de webstek https://www.latemsekunstkring.be/

 

 - De geroemde 'Artiestenzolder' waar het voor de Kunstkring begon

– De geroemde ‘Artiestenzolder’ waar het voor de Kunstkring begon

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.