EEN PERSOONLIJKE KIJK OP LATEM

Geprangd tussen Gent en Deinze ligt aan de oevers van de meanderende  Leie één van de fraaiste stukjes Oost-Vlaanderen. Een heus paradijs voor wie rust, natuurschoon en kunst weet te koesteren.

Toen de eerste kunstschilders, aangetrokken door Binus Van den Abeele, op het einde van de negentiende eeuw in dit gezegend oord met zijn ongerepte natuur neerstreken, straalde het enkel rust en landelijkheid uit.

Met hun biotoop van velden, weiden en bossen waren Sint-Martens-Latem en Deurle toen nog échte, kleinschalige, landelijke dorpen.
De dorpskernen bleven beperkt en de dorps- en kerkpleintjes en waren omgeven door enkele typisch Vlaamse staminees, winkels en schooltjes.

De deels Romaanse, deels neogotische Sint-Martinuskerk werd begin 1991 gerenoveerd en in haar oorspronkelijke glorie hersteld.
De kerk en de dorpskern werden echter reeds in 1983 als monument en dorpsgezicht geklasseerd. Het vroegere Latemse gemeentehuis met de zijn vermaarde Artiestenzolder in 1939 opgetrokken en een 39 hectare groot golfterrein (1909), met de klinkende naam “Les Buttes Blanches”, maar sinds de taalwet omgevormd tot Royal Latem Golf Club vzw,  veranderden het oorspronkelijk landschap.

 De dorpskom omvat naast een modernistisch gemeentehuis met een rijk kunstlegaat enkele gezellige restaurants als ’t Laethems Ros, L’Homard Bizarre, Lounge Bobar en een gezellige brasserie en befaamd restaurant, De Klokkeput, ooit, onder impuls van kunstenaar Miel De Cauter, het centrum van een bloeiend cultureel leven en sfeervolle muziekbeleving, waar ook “De Latemse Galerij” (The Latem Gallery) uit voortvloeide.

De “Oude Brouwerij” waar momenteel nog het archief en documentatiecentrum is ondergebracht, behield haar typische architecturale uitstraling met een tentoonstellingsruimte, “De Brouwerijschuur”, de verzamelplaats van “Den Laethemschen Vriendenkring” en een “kelderkroeg”, ontmoetingsplaats van de vroegere“Vereniging van Latemse Kunstenaars”, een vroeger kunstenaarscollectief dat een deel van de 80/90 nog actieve plaatselijke artiesten vertegenwoordigde, thans de thuishaven van de Latemse Senioren, “LSAR”.

Een belangrijke site is de “Molenkouter”, waar de bezoeker eigenlijk het eerst met geconfronteerd wordt, gezien de gemeente opteerde daar een terrein voor langdurig parkeren aan te leggen.
De molen zelf werd opgericht door de Sint Baafsabdij van Gent.
De oudste authentieke akte met vermelding van de molen dateert uit het jaar 1373, terwijl het oudste bewaarde pachtcontract uit het jaar 1429 stamt.
Hij bleef in werking tot 1942 en werd als monument beschermd in 1946. Een eerste grondige restauratie werd beëindigd in augustus 1979. Om de molen een beter windvang toe te laten werd hij toen 88 meter verplaatst in noordwestelijke richting.. De gesloten voet werd in 1956 door de toenmalige eigenaars afgebroken, en het is pas in 1995 dat deze constructie terug werd opgericht. De molen was sporadisch bemalen tijdens het weekend, maar werd thans ontmanteld voor dwingende restauratie.

 In de Koperstraat 20 ligt het pittoreske oud-atelier van impressionist Leon De Smet, een landmerk dat teruggevonden wordt in tal van zijn schilderijen.

Langs de Latemstraat vindt men naast Art Center HOres en de Galerie Oscar De Vos ook Brasserie Terrazza tevens talrijke (oud-) winkels-estaminets en kunstenaarswoningen, zoals deze van Van de Woestijne en van Frits van den Berghe, nu Taverne Den Atelier.

Ter hoogte van het vroegere Latems Museum voor Moderne Kunsten (thans postkantoor) treft men de  vijver met de processiekapel, in 1839 gebouwd door burgemeester Bernard Van Huffel. De vijver en het pleintje eromheen dateren vermoedelijk uit de Frankische tijd, toen daar de oudst vermeldde (823) nederzetting ontstond.

 Niettegenstaande de inplanting van vele riante villa’s en “landelijke appartementsgebouwen”, heeft het landschap nog een deel van zijn primitieve aspecten kunnen behouden.

Er zijn nog de nette, zeldzame hofsteden en hoeves als “Het Voldershof”, die de sfeer van weleer weergeven en, hoewel grotendeels ontbost, de verscheidenheid van natuur van weleer met een verscheidenheid aan landerijen, weiden en bosfauna, laten raden.

Het grootste aantrekkingspunt blijft echter de Leie.

De gemeentelijke aanlegsteiger treft men aan de vroegere loskaai achter het dorp, met een prachtig uitzicht op de weidse meersen van Drongen en rechts de oude abdijhoeve, “Het Tempelhof”, de vroegere artiestenwoning van Valerius de Saedeleer en Maurice Sys.

In de vallei van de Meersbeek ligt nog een uniek stuk Leiebiotoop, ruim 6 hectare groot en grotendeels eigendom van de gemeente. In het unieke kader van de Kwakstraat, aan de rand van de alluviale vallei, staat het Gemeentelijk Cultureel Centrum Zomernest.

Het deels beschermd domein beslaat zowat anderhalve hectare en biedt plaats aan  recreatie,  kruisboogschieten en krulbollen. Dit domein is bovendien het trefpunt van de teken- en schilderschool “Latems Creatief”, de “Fotoclub Latem ‘73″en van “De Poëziekamer”.

 Aan het driehoekspleintje op de kruising van de Eikeldreef, Heidebergen, Baarle-Frankrijkstraat en Brakelstraat, ligt wellicht de oudste woonkern van het gehucht Brakel en dus zeker van de Leiegemeente. Bij archeologische opgravingen vond men er sporen uit de IJzertijd en munten en urnen uit de Gallo-Romeinse periode. De oudste vermelding van het gehucht dateert uit 736.
Meer naar de Leie toe, voorbij restaurant “D’Oude Schuur”, komt men bij  het “Torenhuis”, in 1917 gebouwd in opdracht van Albert Servaes, die er verbleef van 1918 tot 1944.

Verder naar Baarle-Drongen toe loopt men langs het thans ‘vervallen’ woonhuis/atelier van Evarist De Buck, recht op “Baarle-Veer” af. Tot 1940 werden daar boerenkarren en auto’s overgezet met een grote veerpont. Tot 1966 bleef het “Oude Veer” het recreatieoord bij uitstek, een verzamelpunt voor watersporters en pleziervaarders, thans is dit volkscafé een exclusief restaurant, “Hof ter Leie”.
Nu dient de (gemotoriseerde) overzet enkel nog voor het overbrengen van voetgangers en fietsers.
Aan de oevers van de Leie, aan de Baarle-Frankrijkstraat, treft men nog talrijke warmoezeniers, die er van oudsher hun akkers hebben.

 Een ander aantrekkingspunt is het gebied tussen de Latemstraat en de Brandstraat waar men in een nog bosrijke omgeving aan de Kapitteldreef het “Gemeentelijk Museum Gevaert-Minne”, met de schietstanden van “Kruisbooggilde Jong wordt Oud”, en “De Kluis”, het gewezen buitenverblijf van de paters Dominicanen, treft en in de onmiddellijke omgeving het totaal gerenoveerde fabrieksgebouw Lima, nu een administratief centrum met o.a. de burelen van Galerij Guy Pieters met een beeldentuin.

Ondanks een wenkende verstedelijking langs de Kortrijksesteenweg, met heerlijke restaurants, Real Bowling – Bowl Inn, talrijke bedrijvencentra en een dreigende overwoekering door appartementsbouw, blijft Sint-Martens-Latem nog steeds de ‘groene long’ van de Leiestreek en een parel op de kroon van de VVV- en Toerisme Leiestreek. De komst van de “Westerplas” en de “Oosterplas” heeft Hoog Latem sterk opgewaardeerd. Beide waterbekkens zijn uitgegroeid tot een toeristische trekpleister voor de vogel- en natuurliefhebbers en behoren met het natuurgebied aan de Meersbeek tot de mooiste plekjes van Sint-Martens-Latem. De verbinding met het ‘Stads- of Parkbos” belooft een nog grotere opwaardering.

De dorpskern van Deurle, het mooiste dorp van Oost-Vlaanderen, komt later aan bod.

 Natuurgebied 'Westerplas', parel van Hoog Latem

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s